Als kleutersleidster is het belangrijk om correct te schrijven.
Hieronder volgen enkele puntjes waar ik het nog moeilijk mee heb.
1. Die, dat of wat?
Bij de-woorden gebruik je DIE
De fiets staat in de garage.
De fiets
die in de garage staat, is van mij
Bij het-woorden gebruikt je DAT
Het boek ligt op de tafel.
Het boek dat op de tafel ligt, is van mij.
Wat gebruik je in de volgende gevallen:
1. Als je het kunt vervangen door datgene wat: Ze moeten doen wat wij opdragen
(Ze moeten datgene doen wat wij opdragen.)
2. Als het verwijst naar de hele voorafgaande zin.
Ze gaan volgende week naar Zwitserland, wat we wel een buitenkansje mogen
noemen.Hij vroeg mij ten dans, wat ik heel leuk vond.
3. Als het verwijst naar een onbepaald voornaamwoord of een onbepaald telwoord.
Alles wat ik wil…….
Er is maar weinig wat we niet kunnen missen.
4. Na een overtreffende trap.
Het leukste wat ik ooit heb meegemaakt…..
Maar: Het mooiste boek dat ik ooit gelezen heb.
5. Na een zelfstandig gebruikt bijvoeglijk naamwoord.
Het mooie wat daaruit naar voren komt.
2. Hen/hun
Hieronder vindt u de algemene regels voor het gebruik van
hen en
hun.
Gebruik
hen in de volgende gevallen:
-
Na een voorzetsel. Bijvoorbeeld: 'Ik geef het boek aan hen'; 'Ik deed
het voor hen'; 'Zijn houding jegens hen'; 'Hoe gaat het met hen?'; 'Hij
blijft altijd bij hen'.
-
Als het lijdend voorwerp is. Bijvoorbeeld: 'Ik bekijk hen'; 'Hij ontslaat hen'; 'Zij mijdt hen.'
Gebruik
hun als het een meewerkend voorwerp is. Je kunt er dan vaak een voorzetsel bij denken (
aan,
voor, bij,
volgens) of een voorzetselgroep (
met betrekking tot,
ten aanzien van e.d.).
Voorbeelden:
-
Ik geef hun het boek. (hun = 'aan hen')
-
Hij schonk hun een kopje koffie in. (hun = 'voor hen')
-
Hij rookt hun te veel. (hun = 'volgens hen, wat hen betreft')
-
China is hun te ver. (hun = 'voor hen')
-
De tranen stonden/sprongen hun in de ogen. (hun = 'bij hen')
Als je blijft twijfelen kan je ook gewoon ZE gebruiken. Als de tekst niet te formeel is, is dit zeker bruikbaar als alternatief voor hen én hun.
Let op:
hen en
hun kunnen alleen gebruikt worden als
er naar personen wordt verwezen; als het om voorwerpen, zaken en
dergelijke gaat, is doorgaans alleen
ze mogelijk. Dus: 'Ik haal de boeken op en geef
ze aan jou.''
Wie nog vragen heeft over deze - of andere - taalvragen kunt u altijd onderstaande website raadplegen:
3. ’t Kofschip
't Kofschip is een ezelsbruggetje die kan gebruikt worden bij het vervoegen van werkwoorden.
Kort uitgelegd betekent dit dat, als de stam van een zwak vervoegd werkwoord (het hele werkwoord zonder de uitgang -en) op één van de medeklinkers uit 't kofschip eindigt, is de laatste letter van het voltooid deelwoord een t, en wordt de onvoltooid verleden tijd gevormd met -te(n). Dit is geen regel, maar een hulpmiddel.
Of er in de onvoltooid verleden tijd en het voltooid deelwoord van een zwak werkwoord en d of en t wordt gebruikt, hangt van de laatste klank van de stam af. Je moet hier nadenken of het stemhebbend (stembanden maken geluid) is of stemloos (stembanden doen niet mee).
Als de laatste klank van de stam stemhebben is, komt er in de O.V.T. en het V.D. een d achter. Stemhebbende klanken zijn, b,d,g,l,m,n,v,w,z en alle klinkers
-
krabde - gekrabd
-
leven - leefde - geleefd
-
legde - gelegd
Als de laatste klank van de stam stemloos is, dan volgt er een
t:
-
juichte - gejuicht
-
pufte - gepuft
-
likte - gelikt
Het aantal stemloze medeklinkers is beperkt:
ch, f, k, p, s en
t.
Daarom is hiervan het ezelsbruggetje
't kofschip gevormd.
4. Vind u / vindt u
Enkele voorbeelden:
-
U vindt de voorstelling vast geweldig.
-
Wat vindt u ervan?
-
U vindt de wc's in de centrale hal.
Uit deze voorbeelden blijkt dat het niet uitmaakt of het onderwerp u voor of na de persoonsvorm staat. Nog enkele voorbeelden met andere werkwoorden (u is telkens het onderwerp, en daarom
wordt er een t aan de stam toegevoegd):
-
U denkt zeker dat ik dat niet geloof.
-
Denkt u dat ik dat niet geloof?
-
Op 6 augustus wordt u verwacht op het gemeentehuis.
-
U wordt volgende week toch vijftig?
Tip!
Bij twijfel kan je altijd het onzin-werkwoord
smurfen gebruiken. Als daarbij een
t aan het einde wordt gehoord, moet die ook worden geschreven bij gebruikte werkwoord
-
Wat smurft u ervan? Wat vindt u ervan?
-
U smurft ons op de tweede verdieping - dus ook: U vindt ons op de tweede verdieping
5. Teveel/te veel
Als
te veel 'meer dan nodig' betekent, moeten de woorden los worden geschreven. Bijvoorbeeld:
-
Hij heeft te veel taart gegeten.
-
Het te veel betaalde wordt teruggestort.
-
Werk jij niet te veel?
Tip!
Een ezelsbruggetje: als je in plaats van
te veel ook
te weinig op dezelfde plaats in de zin kunt gebruiken komt er een spatie na
te.
Teveel wordt aaneengeschreven als het een zelfstandig naamwoord is:
het teveel of
een teveel
(de betekenis is dan 'het/een overschot'). Dan is het geval in zinnen als de volgende:
-
Een teveel kan schadelijk zijn.
-
Het teveel aan reisbureaus in deze regio zal zichzelf wel oplossen.
-
Bij een arbeidsoverschot is er een teveel aan werknemers.
-
De plastisch chirurg verwijdert het teveel aan huid.
6. Sowieso/Zowiezo
Is naast sowieso ook zowiezo juist?
Alleen
sowieso is juist. Dit woord komt sinds het begin van de twintigste eeuw in het
Nederlands
voor.
Sowieso wordt gebruikt in zinnen als:
-
Ik houd niet van Will Tura, maar ik ben sowieso geen liefhebber van het Vlaamse lied.
-
Morgen ga ik niet fitnessen; ik heb sowieso geen tijd om meer dan twee keer per week te gaan.
-
Tv-programma's van vroeger lijken sowieso altijd beter.
Sowieso wordt erg vaak fout gespeld. Op internet kom je onder
andere tegen: 'so wie so',
'zowiezo', 'zo-wie-zo', 'sowiezo', 'zowieso',
'sowiso', 'zowizo', 'soïso', 'zoïzo', 'soieso', 'zoiezo'
De enige juiste schrijfwijze is SOWIESO
-------------------------------